In de diepe wateren van Storsjön woont Storsjöodjuret, het meermonster. Dat althans vertelt de legende. Al vanaf de zeventiende eeuw wordt er over het slangachtige monster met een hondenkop en rugvinnen gerapporteerd. Hardnekkig, maar nog steeds zonder overtuigend bewijs. Rond 1890 is er een poging ondernomen om het hele meer systematisch af te zoeken en het beest te vangen, maar ook dat leverde niets op. In 1986 haalde Storsjöodjuret zelfs de lijst van bedreigde diersoorten, maar dat vonden serieuze natuurvorsers blijkbaar te dol, want inmiddels is het monster weer van de lijst geschrapt. In 2008 nog was er even ophef over een onderwaterfilmpje waarop een slangachtige vorm in het water was waar te nemen. Natuurlijk waren de beelden vaag en voor velerlei uitleg vatbaar. Net zoals bij Nessie in Schotland levert de mythe van een mogelijk monster meer op dan het bewijs dat het niet bestaat en nooit heeft bestaan. In het openluchtmuseum Jamtli is een tentoonstelling aan Storsjöodjuret gewijd.
Het monster werd voor het eerst genoemd in 1635, in het verhaal over de trollen Jata en Kata, opgetekend door predikant Mogens Pedersen. Het verhaal verbindt het monster met de Frösö-runensteen, waarop een slangachtig figuur met drakenslingers te zien is, net als op veel andere runenstenen.
Lang, lang geleden stonden de trollen Jata en Kata aan de oever van het Storsjön-meer en kookten ieder iets in hun eigen ketel. Ze kookten en roerden, dagen, weken en jaren, zonder te weten wat hun brouwsel zou worden. Op een avond klonk er plotseling een vreemd geluid uit de ketel van één van hen. Het jankte, kreunde en schreeuwde, en daarna volgde een harde knal.
Uit de ketel sprong een vreemd wezen: een zwarte slangachtige romp met een hondenkop. Het verdween in het meer, waar het zich thuis voelde. Het groeide tot een enorm monster en bracht grote angst onder de mensen. Uiteindelijk wikkelde het zich rond het eiland Frösön en kon het zichzelf in de staart bijten.
De trol Ketil Runske gebruikte een krachtige toverspreuk om het monster te beheersen en veilig in het meer te houden. Deze spreuk werd in een steen gegraveerd en op Frösön werd geplaatst. De slang werd op de steen afgebeeld. Zo zal het monster gevangen blijven, totdat iemand ooit de inscriptie kan lezen en begrijpen.
Het monster wordt hier bezongen:



